Gezinsblad
Johannes (Jan) Kuijk, ged. te Amsterdam 12 mei 1786, #Amsterdam (Westerkerk) 12-5-1786: Johannes, z.v. Marten Kuijk en Johanna Jacoba Bewier. Get. Jan Kuijk en Maria Schouten.#, get. Maria Schouten, Jan Kuijk, ovl. 21 dec 1848, #Leeuwarden 21-12-1848, 10.00 uur: Johannes Kuijk, oud vier en zestig jaren, koetsier, geboren en wonende te Amsterdam, zijnde deszelfs Familie onbekend. Aangevers: Hendrik van Daalen, 29, bewaarder in het Huis van Opsluiting en Tuchtiging, en Rinnert Alberts Draaisma, 42, bediende bij den arbeid in evengemeld huis.#, beroep(en): koetsier, koopman, schoenmaker, zoon van Marten Kuijk en Johanna Jacoba Bewier
Johannes Kuijk deed belijdenis van zijn gereformeerde geloof op 13-12-1808 te Amsterdam. Hij legde de poortereed af op 20 lentemaand 1809. Naar eigen zeggen was hij huzaar in Franse dienst. Wij treffen hem aan als koetsier, koopman, en nogmaals als koetsier. Op 21-8-1817 werd hij door het Hof van Assises van Noordholland veroordeeld tot 5 jaar confinement in een tuchthuis wegens valsheid in onderhands geschrift. Na zijn vervroegde invrijheidsstelling werkte hij als livreiknecht. Daarna werd hij op 10-5-1822 door het Hof van Assises van Noordholland veroordeeld tot 5 jaar confinement in een tuchthuis wegens diefstal uit een tapperij in Haarlem in welke hij was ontvangen. Hij noemde zich toen Jan Bewier. Ook nu werd hij vervroegd vrijgelaten. Eenmaal vrij treffen we hem aan als schoenmaker in Zutphen. Op 14-12-1826 veroordeelde het Hof van Assises te Arnhem hem tot 10 jaar verbeterhuis wegens een in Zutfen gepleegde diefstal. Men vervoerde hem naar het tuchthuis in Gouda, waaruit hij vervroegd werd ontslagen. Hij zocht toen zijn heil in Rotterdam, waar hij, als bijzit ener bordeelhoudster, op 23-12-1835 beschuldigd werd van diefstal bij nacht in een bewoond huis; in maart 1836 werd hij hiervoor echter niet veroordeeld. (Het vermiste bestond voornamelijk uit babykleren en beddegoed.) Op diezelfde 23ste december verdween zijn "wederhelft" Kee van Ooijen-Schamp in de gracht. Johannes noemde zich weer schoenmakersknecht toen hij op 25-10-1836 door het Hof van Assises van Noordholland veroordeeld werd tot 8 jaar confinement wegens diefstal van vee uit een gesloten weide door middel van uitwendige braak, dat wil zeggen een in Maartensdijk bij Utrecht gepleegde paardediefstal; deze acht jaar zat hij uit in de gevangenis van Woerden. Tenslotte is hij op 26-11-1845 wegens diefstal van vee uit een gesloten weide en recidive veroordeeld tot 10 jaar tuchthuis, door het Provinciaal Gerechtshof van Noord-Holland en Utrecht. Hij overleed in de gevangenis van Leeuwarden op 21-12-1848 tijdens het uitzitten van deze laatste straf.

Ondertrouwd te Amsterdam 20 apr 1810, #Amsterdam 20-4-1810: Jan Kuyk van Amst. geref. oud 23 Jaren in de Tuinstraat voorbij de 2e. Dwarsstr. ouders doot gead. met de doodced. van zijn ouders Marten Kuyk en Anna Maria Bewier en Gerarda Kolenbrander van Varseveld geref. oud 24 jaren op de Prinsengt. op't Turfdragenhofje gead. met consent van haar ouders Gerrit Jan Kolenbrander en Johanna Planten te Varseveld. (wg) Jan Kuyk, Grada Kolenbrander. In margine: Hij ouders Doodced., goed; Zij ouders consent, goed.#
Gehuwd te Amsterdam met:
Grada (Gerarda) Koolenbrander, geb. te Varsseveld 30 jun 1786, ged. te Varsseveld 12 jul 1786, #Varsseveld 2-7-1786, geb. 30-6-1786: een kind van Garrit Jan Colenbrander en Johanna Planten gen. Grada.#, ovl. te Lichtenvoorde 25 sep 1860, beroep(en): pandjeshoudster, dagloonster, dochter van Gerrit Jan Colenbrander en Johanna Planten
Gebeurtenis: belijdenis gedaan Varsseveld 11 aug 1805
Gebeurtenis: gebeurtenis naar Amsterdam 11 aug 1805
Gebeurtenis: gebeurtenis Amsterdam 29 aug 1805 Varsseveld
1) Martinus Johannes Kuijk, geb. te Amsterdam 15 feb 1811, ged. te Amsterdam 24 feb 1811, ovl. te Amsterdam 26 jan 1814
2) Martinus Johannes Kuijk, geb. te Den Haag 10 jul 1814, ovl. te Amsterdam 26 mrt 1815
3) Gerrit Kuijk, geb. te Amsterdam 26 nov 1815, #Geb. Amsterdam 26-11-1815, 21.00 uur (Deel 7, nr 53): Gerret (sic) Kuijk, zoon van Johannes Kuijk, van beroep koopman en van Gerarda Koolenbrander van beroep pandjeshoudster, echtelieden wonende Tuinstraat n. 48 ... #, ovl. te Lichtenvoorde 14 dec 1883, #Ovl. Lichtenvoorde 14-12-1883 Wijk B. nr. 222, 5.00 uur: Gerrit Kuijk, 68, timmerman, geb. Amsterdam, w. Lichtenvoorde, wednr. v. Johanna Buijnink, zoon van wijlen de echtelieden Johannes Kuijk en van Gerarda Koolenbrander.#, beroep(en): molenaar, timmerman-aannemer
Gehuwd te Lichtenvoorde 19 aug 1848, #Huw. 19-8-1848 Lichtenvoorde Gerrit Kuijk, molenaar, 32, geboren te Amsterdam en woonachtig alhier, meerderjarige zoon van wijlen (sic) Johannes Kuijk in leven zonder beroep gewoond hebbende en overleden te Amsterdam (sic), en van diens nagelaten weduwe Gerarda Koolenbrander, zonder beroep wonende te Varsseveld, en Johanna Buijnink, zonder beroep, 21, geboren en woonachtig alhier, minderjarige dochter van Jan Gerard Buijnink, timmerman, en van diens huisvrouw Aleida Lieftink zonder beroep echtelieden wonende alhier... Getuigen: Adolph Arentsen, schrijnwerker, 38, behuwdneef van de bruid, Anthonij Christiaan Buijnink, bode, 65, oom van de bruid, Frederik Otto Venderbosch, timmerman, 31, zwager van de bruid, Gerrit Jan Hulshof, landbouwer, 50, geen verwant.# met:
Johanna Buijnink, geb. te Lichtenvoorde 11 dec 1826, ovl. te Lichtenvoorde 26 feb 1881, #Ovl. Lichtenvoorde 26-2-1881 Wijk B. nr. 222, 11.30 uur, Johanna Buijnink, zonder beroep, geboren en gewoond hebbende alhier, echtgenoote van Gerrit Kuijk, timmerman alhier wonende, dochter van wijlen de echtelieden Jan Gerard Buijnink en van Aleida Lieftink.#, dochter van Johan Gerhard Buijnink en Aleida Lieftink
4) Martinus Johannes Kuijk, geb. te Delft ± 1817, van welke geboorte echter in Delft kennelijk geen aangifte is gedaan, ovl. te Varsseveld 04 apr 1840, #Ovl. Varsseveld gem. Wisch 4-4-1840, huis nr. 376, 23.30: Martinus Johannes Kuik (sic), timmerman, geboren te Delft, en woonachtig geweest te Varsseveld, zoon van Jan Kuik (sic), afwezig, en van Grada Colenbrander, dagloonster, te Varsseveld woonachtig. Aangever o.a. Jan Gerhard Colenbrander, 26, landbouwer.#, beroep(en): timmerman
Volgens zijn overlijdensacte was hij in Delft geboren en toen hij overleed 22 jaren oud. Volgens familieoverlevering was hij ongeveer anderhalf jaar jonger dan zijn broer Gerrit, hetgeen zou kunnen betekenen dat hij in het voorjaar van 1817 geboren is. Dezelfde familieoverlevering laat zijn moeder als weduwe met hem als jongetje van enkele maanden en zijn broertje van ongeveer twee jaren teruggaan naar haar geboortedorp Varsseveld. Zijn overlijden was het gevolg van een bezoek dat Martinus met zijn broer Gerrit aan Arnhem bracht. De broers hadden de postkoets terug gemist en "liepen zich in het zweet" om die in te halen. Dat lukte, maar de sterke afkoeling bezorgde Martinus een fatale longontsteking.

Gezinsblad
Johannes (Jan) Kuijk
Buitenechtelijk
Cornelia (Kee) Schamp, geb. te Rotterdam 1794, ovl. te Rotterdam 23 dec 1835, beroep(en): bordeelhoudster 1e huwelijk 2e huwelijk, dochter van Johannes Schamp en Arendina Christina Hasselman
Hij leefde in 1836 als gehuwd samen met de bordeelhoudster Cornelia van Oijen-Schamp, geboren te Rotterdam in 1794, (dochter van Johannes Schamp en van Arendina Christina Hasselman), weduwe van Corstiaan van Oyen, overleden te Rotterdam op 23-12-1835, levenloos opgehaald uit het water de Vest op de avond dat Johannes was gearresteerd wegens de diefstal bovenvermeld, maar weer aan de politie was ontsnapt. Na zijn hernieuwde arrestatie beweerde hij dat hij op het moment van de insluiping in het gezelschap van zijn overleden "wederhelft" in haar "speelhuis" vertoefd had.In een brief die Johannes Kuijk in 1836 tijdens zijn voorarrest schreef aan een caféhouder van wie hij hoopte dat die hem een alibi kon verschaffen, beklaagde hij zijn arme bloedjes van kinderen die nu moederloos en vaderloos door het leven moesten. Van het bestaan van enige kinderen uit zijn verbintenis met Cornelia van Ooijen-Schamp is echter niets gebleken.
Hoofdindex A-Z