Gezinsblad
Arnoldus Preusterink, geb. 22 nov 1808, ovl. te Bathmen 23 okt 1884, zoon van Jan Preusterink en Hendrika Arends Nijman
Bijzonderheden:

Uiterlijk van Arnoldus Preusterink #Gegevens over de militaire loopbaan van Arnoldus Preusterink uit ARA-Den Haag, Archief Ministerie van Oorlog (1813-1913), nummers 1421 en 1422 (Stamboeken van de tweede Divisie Koninklijke Marechausse in Limburg) respectievelijk pagina 16 (nummer 94/783) en pagina 4 (nummer 159/94). De teksten zijn niet overal even helder.#

Bij zijn aantreden als marechaussee was hij lang 1el, 6 palmen, 9 duimen. Zijn aangezicht was breed, zijn voorhoofd hoog, zijn ogen blauw, zijn neus groot, zijn mond idem, zijn kin rond, en zijn haar en wenkbrauwen lichtbruin.

Arnoldus Preusterink kwam als loteling nummer 70 uit de provincie Gelderland gemeente Dorth op 1 mei 1827 als milicien bij de 7e afdeling Infanterie. Hij was met Groot Verlof afwezig van 1 mei 1827 tot 1 maart 1828, vervolgens van 7 februari 1829 tot 1 september 1830, en weer van 23 juni 1833 tot 26 october 1833. Ingevolge Art. 171 der wet van 1 januari 1817 werd hij op 5 maart 1835 voor de tijd van twee jaar zonder handgeld als vrijwilliger gengageerd. Op 6 april 1835 werd hij korporaal. Op 10 mei 1836 werd hij als milicien geroyeerd en ingeschreven als gewoon vrijwilliger der staande armee wegens volbragte militie diensttijd. Op 16 maart 1837 werd Arnoldus gereëngageerd voor de tijd van twee jaren zonder reëngagementsgeld. Met paspoort afgegaan op 25 mei 1839.

Op 19 juni 1839 werd Arnoldus aangenomen als marechausse te voet onder vrijstelling van borgtocht ingevolge autorisatie van het Departement van oorlog van 5 juni 1839 nummer 23. Op 28 augustus 1839 werd hij bevorderd tot marechaussee te paard.

Op 1 mei 1844 verliet hij het corps met paspoort als overcompleet en op eigen verzoek, ingevolge autorisatie van het D.v.O. van 20 april 1844 nummer 13b.

Op 3 juli 1844 werd hij echter alweer aangenomen als marechausse te voet onder vrijstelling van borgtocht krachtens magchtiging van den heer generaal majoor belast met het algemeen toezicht over het korps K.M. d.d. 22 mei 1844.

Arnoldus verliet het korps definitief op 31 januari 1853 met een jaarlijks pensioen van f 111,- aan hem verleend bij K.B. 13 januari 1853 nummer 65 en autorisatie van het D.v.O. van 19 januari 1853 nummer 37.

Veldtochten

Arnoldus nam deel aan de veldtochten van 1830, 1831, 1832, 1833, 1834, bij gelegenheid van de opstand in België, bij het mobiele leger.

Onderscheidingen

Op 5 april 1832 werd hem het metalen kruis verleend; op 2 december 1837 de bronzen medaille met f 12,- gratificatie, tengevolge van ministeriële aanschrijving van 30 october 1837 nummer 12.

Loopbaan als veldwachter

Nadat Arnoldus op ongeveer vijfenveertigjarige leeftijd het korps K.M. had verlaten, keerde hij uit Roermond terug naar de streek waarin hij was geboren. Hij trad in dienst bij de gemeente Bathmen als veldwachter. Hierover lezen wij in het Politieregister Overijssel #RA Overijssel (Zwolle), Provinciaal Archief.#:..tractement (130: doorgehaald, 154: doorgehaald) 200. emolumenten: ? toelage: om de twee jaar nieuwe bovenkleding en alle jaar een paar schoenen. In mei 1827 in militaire dienst, als milicien, later als vrijwilliger en gediend als marechaussee te voet en te paard. Den 2. december 1837 de bronzen medaille met f 12 gratificatie. Is zeer bekwaam en geschikt als veldwachter die zijn betrekking met ijver en geschiktheid waarneemt.
Gehuwd te Gorssel 23 dec 1853, get. Willem Olden met:
Gerritjen Welbergen, geb. 01 jan 1828, ovl. te Bathmen 19 jul 1890, beroep(en): tolgaardster (vanaf 1884) 1e huwelijk 2e huwelijk, dochter van Hendrik Welbergen en Gardina Olden

1) Janna Preusterink, geb. te Bathmen 04 dec 1854, ovl. te Bathmen 20 mrt 1931
Gehuwd te Bathmen 11 nov 1876 met:
Gerrit Hendrik Venneman, geb. te Bathmen 07 jun 1855, ovl. te Bathmen 19 mei 1892, beroep(en): klompenmaker, zoon van Jan Hendrik Venneman en Johanna Willemina Waanders Vorsselman
2) Jan Hendrik (Hein) Preusterink, geb. te Bathmen 14 okt 1856, ovl. te Deventer 09 jan 1934, beroep(en): postbode, kantoorknecht PTT, woonplaats(en): Diepenveen (Ov), Deventer (Ov)
Gehuwd te Deventer 28 okt 1880 met:
Zwaantje van den Berg, geb. te Deventer 06 jul 1857, ovl. te Diepenveen feb 1891, dochter van Lammert van den Berg en Johanna Evers
3) Gerridina Preusterink, geb. te Bathmen 05 aug 1858, ovl. te Deventer 20 mrt 1930
Gehuwd te Deventer 09 feb 1882 met:
Jan Willem de Graaf, geb. te Apeldoorn 30 jun 1856, ovl. te Deventer 08 aug 1932, beroep(en): aardenbuizenfabricagedagloner, pottenbakker, tuinman, zoon van Brant de Graaf en Antje Slijkhuis
Volgens familieoverlevering was hij een bastaard van Koning Willem III.# Ten tijde van zijn tweede huwelijk woonde het gezin te Deventer op de adressen Lagestraat 87, later 91, en Ravenstraat 7, later 42.#
4) Arnoldus Preusterink, geb. te Bathmen 25 nov 1860, ovl. te Deventer 28 feb 1929, beroep(en): broodbakkersknecht bij Gantvoort, houtzagersknecht bij Stoffel
Gehuwd te Deventer 17 mei 1883 met:
Hermina Visser, geb. te Olst 01 mei 1857, ovl. te Deventer 16 apr 1886, dochter van Albert Visser en Janna Schoterman
5) Gerrit Jan Preusterink, geb. te Bathmen 1864, ovl. te Bathmen 1864
6) Gerritjen Preusterink, geb. te Bathmen 1865, ovl. te Bathmen 1865
7) Gerrit Preusterink, geb. te Bathmen 1866, ovl. te Bathmen 1869
8) Hendrikus Preusterink, geb. te Bathmen 1869, ovl. te Deventer 16 aug 1891, beroep(en): dagloner
9) Gerrit Preusterink, geb. te Bathmen 14 jun 1872, beroep(en): pottenbakker
Gehuwd te Diepenveen 27 jun 1895 met:
Johanna (Naatje) Lueks, geb. 03 nov 1871, ovl. te Deventer 06 jun 1949, dochter van Jan Hendrik Lueks en Gerritje Hassink
#Zij woonden te Deventer aan de Boxbergerweg 63; Lange Zandstraat; Lagerstraat 35, later 31.#
Hoofdindex A-Z